Stelt u zich voor: aardappels die u als zaden kunt bewaren, vervoeren en direct zaaien. Klinkt bijna te mooi, maar recent onderzoek van Wageningen laat zien dat dit met True Potato Seed (TPS) echt veelbelovend is. U leest hier wat werkt, wat niet en hoe u dit in de praktijk kunt inzetten.
Bekijk de inhoudsopgave
Wat is True Potato Seed (TPS)?
TPS bestaat uit kleine zaden die uit aardappelbloemen komen. Ze zijn licht, niet snel bederfelijk en veel goedkoper om te vermeerderen dan knollen. In plaats van grote pootgoedknollen te verhandelen, gebruikt u zaailingen of gezaaide rijen. Dat scheelt kosten en risico bij transport.
Belangrijkste onderzoeksresultaten
- Proeven tonen opbrengsten tussen ongeveer 26 en 50 ton per hectare bij gebruik van kas-opgekweekte zaailingen.
- In een aantal trials leverde directe veldzaai met gecoat TPS zelfs rond de 50 ton per hectare op.
- Op lichte zandgrond met een hoge plantdichtheid (200 planten/m²) haalden onderzoekers uitzonderlijk hoge opbrengsten tot 107 ton per hectare, maar dat betrof een specifiek beddensysteem en kleine sorteringen.
- Commerciële maatsorteringen voor pootgoed en krieltjes haalden tot ongeveer 64 ton per hectare bij 50 planten/m².
Teeltkeuzes die het verschil maken
Niet elke keuze levert hetzelfde resultaat. Sommige factoren beïnvloeden vooral het aantal knollen, andere juist het gewicht.
- Aanaarden (ophogen): dit verhoogt het aantal knollen per plant, maar verandert niet veel aan de totale kilo-opbrengst.
- Uitplantmoment: vroeg uitplanten in maart brengt kans op vorstschade. Laat uitplanten in juni geeft vaak lagere opbrengsten door een kortere groeiperiode. De beste resultaten kwamen bij uitplanten in april of mei.
- Leeftijd van zaailingen: zaailingen van 4 weken doen het even goed als die van 6 weken. Leeftijd is dus minder kritisch dan u misschien denkt.
- Plantdichtheid: dit is een van de sterkste stuurknoppen. Meer planten per m² kan de totale opbrengst sterk verhogen, maar beïnvloedt maat en sortering van de knol.
- Directe veldzaai: scheelt opkweek en uitplanten. Vereist wel goede bodemvochtigheid bij opkomst en vaak een coating op de zaden voor betere kieming.
Praktische tips voor telers
Wilt u TPS proberen? Denk dan aan deze punten.
- Zaaien in de juiste periode: kies april-mei voor de meeste regio’s om koude‑ en groeiverlies te vermijden.
- Zorg voor voldoende bodemvocht bij directe zaaI: droge starten geven slechte opkomst.
- Kies plantdichtheid volgens uw doel: veel planten voor maximale tonnage, minder planten voor grotere, commerciële maat.
- Gebruik gecoate zaden bij directe zaaI; dat verbetert kieming en bescherming tegen stress.
- Test eerst op klein perceel: TPS vraagt andere timing en zorg dan knolvermeerdering.
Kansen en beperkingen
TPS kan de aardappelsector flink veranderen. Het is veel makkelijker te vervoeren en sneller te vermenigvuldigen dan knollen. Dat maakt het aantrekkelijk voor gebieden met logistieke uitdagingen.
Toch zijn er haken aan de weg. Voor brede praktijkacceptatie zijn resistente en goed sorteerde hybriderassen nodig. Het onderzoek gebruikte experimentele hybriden; verbeteringen zijn dus te verwachten.
In de korte termijn biedt TPS vooral kansen buiten West-Europa. Denk aan landen ten zuiden van de Sahara, waar handel en opslag vaak lastig zijn. Daar kan TPS snel toegang tot gezond vermeerderingsmateriaal geven.
Conclusie
TPS is veelbelovend en kan opbrengsten opleveren van tientallen tonnen per hectare. De grootste winst komt bij slimme teeltkeuzes: juiste planttijd, goede vochtcondities bij zaaI en optimale plantdichtheid. Wilt u dit proberen, start kleinschalig en let op raskeuze en zaadcoating. Met betere hybriden kan TPS de komende jaren nog veel aantrekkelijker worden voor telers wereldwijd.


